12/01/2007

De Morgen; Febiac: Overheid moet weg vrijmaken voor brandstof E85

Febiac: Overheid moet weg vrijmaken voor brandstof E85

De politieke verantwoordelijken in ons land moeten werk maken van de invoering van de groene brandstof E85, een mengsel van 85 pct ethanol en 15 pct gewone benzine. De overheid zou bijvoorbeeld grootschalige proefprojecten bij De Post of het openbaar vervoer kunnen organiseren. Dat heeft Luc Bontemps, afgevaardigd bestuurder van automobielorganisatie Febiac, vrijdag verklaard op het autosalon.

"Waar wachten we nog op om het E85-verhaal in de praktijk om te zetten", vraagt Bontemps zich af. In Brazilië, de VS en Zweden wordt E85 al op grote schaal gebruikt en ook in onze buurlanden wint de brandstof terrein, maar in België is het gebruik van E85 nog niet geregeld.

Zowel Saab, Ford als Volvo hebben modellen met aangepaste motoren die kunnen rijden op het mengsel van 85 pct ethanol en 15 pct benzine. Bontemps dringt er bij de politici op aan om "dringend het wettelijk kader voor bio-ethanol en andere biofuels te finaliseren en de introductie te helpen versnellen".

"Ten opzichte van Scandinavië hebben we inmiddels al 10 jaar achterstand", aldus Bontemps. De Febiac-topman pleit ervoor praktijkervaring met bio-ethanol op te doen door een aantal "relatief grootschalige proefprojecten met specifieke vloten" te organiseren. Hij denkt daarbij bijvoorbeeld aan De Post of het openbaar vervoer. "Dergelijke projecten zijn een must", klinkt het. (belga/dm)

12/01/2007 12u05

17:00 Écrit par Vincent dans Général | Lien permanent | Commentaires (1) | Tags : biobrandstoffen |  Facebook |

De Tijd; 'Overheid moet dringend weg vrijmaken voor groene brandstof E85'

'Overheid moet dringend weg vrijmaken voor groene brandstof E85'

De politieke verantwoordelijken in ons land moeten volgens Febiac dringend werk maken van de invoering van de groene brandstof E85, een mengsel van 85 procent ethanol en 15 procent gewone benzine. Momenteel is het tanken van E85 in ons land nog niet geregeld.

(belga) - De overheid zou bijvoorbeeld grootschalige proefprojecten bij De Post of het openbaar vervoer kunnen organiseren. Dat heeft Luc Bontemps, afgevaardigd bestuurder van automobielorganisatie Febiac, vrijdag verklaard op het autosalon.

"Waar wachten we nog op om het E85-verhaal in de praktijk om te zetten", vraagt Bontemps zich af. In Brazilië, de VS en Zweden wordt E85 al op grote schaal gebruikt en ook in onze buurlanden wint de brandstof terrein. Volgens Charles-Albert Peers van het Gentse Alco Bio Fuel heeft Frankrijk onlangs een accijnsvermindering voor E85 goedgekeurd en komen er tegen 2008 600 tankstations met E85. Ook in Duitsland geldt een accijnsverlaging voor E85. In België is het gebruik van E85 echter nog niet geregeld. "We zijn klaar om 30 tankstations met E85 te openen, maar we kunnen het niet verkopen omdat het nog niet geregeld en dus verboden is", zegt Etienne Rigo van de Belgische brandstofdistributeur Octa+.

In ons land bieden Saab, Ford en Volvo alvast modellen aan met aangepaste motoren die kunnen rijden op het mengsel van 85 procent ethanol en 15 procent benzine. Het gaat om zogenaamde "flex fuel" wagens die ook op gewone benzine kunnen rijden.

Febiac-topman Bontemps dringt er bij de politici op aan om "dringend het wettelijk kader voor bio-ethanol en andere biofuels te finaliseren en de introductie te helpen versnellen". "Ten opzichte van Scandinavië hebben we inmiddels al 10 jaar achterstand", aldus Bontemps. De Febiac-topman pleit ervoor praktijkervaring met bio-ethanol op te doen door een aantal "relatief grootschalige proefprojecten met specifieke vloten" te organiseren. Hij denkt daarbij bijvoorbeeld aan De Post of het openbaar vervoer. "Dergelijke projecten zijn een must", klinkt het.

Ook de verantwoordelijken van Alco Bio Fuel en Octa+ dringen er bij de regering op aan om de introductie van E85 te regelen. "De regering moet werk maken van een accijnsvermindering voor E85. Het is belangrijk dat de overheid snel maatregelen neemt om ook de verdeling en het gebruik van één van de meest milieuvriendelijke brandstoffen mogelijk te maken", aldus Charle-Albert Peers van Alco Bio Fuel.

foto belga

14:42 - 12/01/2007
Copyright © Tijd.be

16:46 Écrit par Vincent dans Général | Lien permanent | Commentaires (1) | Tags : biobrandstoffen, pers |  Facebook |

Bio-ethanol voor Volvo XC60

Bio-ethanol voor Volvo XC60

Uitgegeven: 21 december 2006 09:38

De Volvo XC60 concept car is voorzien van de nieuwe 3,2-liter zescilinder motor die voor deze gelegenheid is omgebouwd voor het gebruik van bio-ethanol.
 
De nieuwe 3,2-liter zescilinder lijnmotor is voor de Volvo XC60 omgebouwd voor het gebruik van bio-ethanol. Met deze schone brandstof levert die krachtbron 265 pk en een maximaal koppel van 340 Nm. Op normale benzine geeft hij 238 pk en een maximaal koppel van 320 Nm. Volvo claimt dat de XC60 met zijn schone krachtbron in 8,2 seconden van 0 naar 100 sprint en een maximumsnelheid haalt van 228 km/u. Als gemiddeld verbruik is 12,3 liter per 100 km opgegeven; dat komt neer op 1:8,1.
Bio-ethanol wordt gewonnen uit plantenresten zoals afval uit de bosbouw, suikerbieten en graan. Met het gebruik van E85, de brandstof die eruit wordt gewonnen, neemt de uitstoot van koolstofdioxide af met tachtig procent. In Europa zijn 23 bio-ethanol-fabrieken. In 2008 moeten dat er zestig zijn. Op het moment wordt jaarlijks 2,7 miljard liter van het goedje geproduceerd. In 2008 moet dat het drievoudige zijn.

16:41 Écrit par Vincent dans Général | Lien permanent | Commentaires (1) | Tags : biobrandstoffen, volvo |  Facebook |

Biobrandstoffen

Vraag en antwoord

  1. Wat zijn biobrandstoffen?
  2. Waarom zijn biobrandstoffen nodig?
  3. Moet de motor van mijn auto worden aangepast om op biobrandstof te rijden?
  4. Wat zijn blends?
  5. Wat zijn eerste en tweede generatie biobrandstoffen?
  6. Welke soorten biobrandstof zijn er?
  7. Waar rijden al voertuigen op biobrandstof?
  8. Wat is het beleid van de Europese Unie en van Nederland?
  9. Waar moet je op letten bij het maken van de overstap naar biobrandstoffen?
  10. Hoe stimuleert het kabinet het gebruik van biobrandstoffen?
  11. Ik wil mijn auto op zonnebloemolie laten rijden. Is dat verstandig?
  12. Haalt Nederland de doelstellingen van de richtlijn Biobrandstoffen?

1. Wat zijn biobrandstoffen?
Biobrandstoffen worden gewonnen uit plantaardig of dierlijk materiaal (biomassa) en kunnen vloeibaar of gasvormig zijn. Ze kunnen fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel vervangen. Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen (zie vraag 6).

2. Waarom zijn biobrandstoffen nodig?
De sector verkeer is in 2010 verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de nationale uitstoot aan CO2. Dit percentage zal naar verwachting nog verder stijgen, doordat de mobiliteit toeneemt en de uitstoot in veel andere sectoren juist zal dalen. Om hier iets tegen te doen maakt de Nederlandse overheid zich onder meer sterk voor het gebruik van zogeheten klimaatneutrale brandstoffen. Dat zijn brandstoffen die niet nadelig zijn voor het klimaat. Biobrandstoffen zijn in potentie klimaatneutraal. De huidige generatie biobrandstoffen zorgt ervoor dat de CO2-uitstoot met maximaal de helft daalt. Op termijn zullen biobrandstoffen ontwikkeld kunnen worden die een daling van 90 procent kunnen bewerkstelligen. Door in te zetten op biobrandstoffen helpt Nederland mee met het terugdringen van de broeikasgas-emissies in de sector verkeer. Bovendien geeft Nederland zo invulling aan de Europese richtlijn ter stimulering van biobrandstoffen (zie Wetten en regels).

3. Moet de motor van mijn auto worden aangepast om op biobrandstof te rijden?
Het hangt van het soort biobrandstof af of de automotor moet worden aangepast. Zonder aanpassingen van de motor is tot 20 procent biodiesel aan de fossiele brandstof toe te voegen. Hogere mengpercentages vereisen de nodige aanpassingen van de motor. Een ander voorbeeld is bio-ethanol, dat momenteel wereldwijd de meest gebruikte biobrandstof is. In Brazilië rijdt bijvoorbeeld 30 procent van de auto's op ethanol uit suikerriet. Ethanol is een alcohol dat zonder aanpassingen tot een zeker percentage (5 tot 20 procent) is bij te mengen met de benzine. Bij hogere percentages is het noodzakelijk de motor aan te passen. Verschillende fabrikanten, waaronder Ford, produceren zogeheten flexifuel cars. Deze speciale personenwagens kunnen op gewone benzine rijden, maar ook op mengsels met een hoger percentage ethanol (tot 85 procent).

4. Wat zijn blends?
Sommige biobrandstoffen, zoals bio-ethanol en biodiesel, zijn geschikt om fossiele brandstoffen volledig te vervangen, maar dat vraagt wel om aanpassing van de motor (zie vraag 3). Bij een zogeheten blend (mengsel) vervangt de biobrandstof slechts een percentage van de benzine of diesel. E10 bijvoorbeeld, een mengsel van benzine en 10 procent bio-ethanol, kan technisch gezien zonder voorzorgmaatregelen de tank in. Bij biodiesel, zoals dat onder meer in Duitsland verkrijgbaar is, bevatten de blends 2 tot 20 procent biodiesel, dat zonder problemen in de gewone dieselmotoren toepasbaar is.

5. Wat zijn eerste- en tweede-generatiebiobrandstoffen?
De ene biobrandstof zorgt voor minder CO2-uitstoot dan de andere. Traditionele biobrandstoffen - zoals biodiesel uit koolzaadolie of zonnebloemolie en alcohol uit suikerbieten of maïs - worden ook wel de eerste-generatiebiobrandstoffen genoemd. Ze zorgen voor een CO2-reductie van maximaal 50 procent. De verdere ontwikkeling van biobrandstoffen kan leiden tot biobrandstoffen met een CO2-reductie van rond de 90 procent. De technologieën om deze biobrandstoffen te maken, zijn nog volop in ontwikkeling. Naar verwachting komen tweede-generatiebiobrandstoffen pas na 2010 op de markt.

6. Welke soorten biobrandstof zijn er?

  • Bio-ethanol
    De meest gebruikte biobrandstof wereldwijd is bio-ethanol, dat benzine kan vervangen. Bio-ethanol ontstaat door het vergisten van suikerriet (Brazilië), maïs (Verenigde Staten) of andere plantaardige grondstoffen. In Europa is ethanol tot nu toe in benzine bijgemengd in de vorm van ETBE (Ethyl Tertiair Butyl Ether), dat ongeveer 50 procent bio-ethanol bevat. Bij een bijmenging van 5 procent ETBE in benzine, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk gebeurt, is het aandeel biobrandstof dus beperkt tot zo'n 2,5 procent. Het is de verwachting dat in 2006 het eerste Nederlandse tankstation met bio-ethanol geopend wordt.
  • Biodiesel
    Biodiesel is een dieselbrandstof die wat eigenschappen betreft sterk overeenkomt met gewone diesel. Biodiesel wordt gemaakt uit plantaardige olie. In Europa is koolzaadolie het meest in gebruik, maar andere oliën als zonnebloemolie en sojaolie zijn ook gebruikelijk.
  • PPO
    Pure Plantaardige Olie is ook een alternatief voor diesel. Het is net als biodiesel gemaakt van plantaardige oliën (zonnebloemen, koolzaad). De warme of koudgeperste olie is echter niet geschikt voor gebruik in een gewone dieselmotor. De Elsbett-motor, een motor die speciaal voor het gebruik van PPO is ontwikkeld, is in ons land onder meer toegepast in de veegwagens van de gemeente Venlo. Deze rijden op koudgeperste koolzaadolie. Het aantal PPO-tankstations in Nederland is op dit moment nog zeer beperkt.
  • Biogas
    Biogas is een brandbaar gas gemaakt door het zonder zuurstof (anaëroob) vergisten van biomassa
    of van de biologisch afbreekbare fractie van afval. Het ruwe gas bestaat voornamelijk uit methaan (CH4)
    en koolstofdioxide (CO2). Na het verwijderen van de koolstofdioxide vindt samenpersing van het methaan plaats en kan het als brandstof voor aardgasauto's dienen. De meeste ontstekingsautomotoren behoeven enige aanpassing om biogas te kunnen gebruiken. Momenteel is veel van het commercieel verkrijgbare biogas in Europa afkomstig van stortplaatsen. Door het vrijwel ontbreken van voldoende tankstations voor biogas blijft de toepassing beperkt.
  • Cellulose-ethanol
    Cellulose-ethanol is ethanol gemaakt van het houtachtige gedeelte (cellulose) van gewassen. In het Zweedse Örnsköldsvik, 540 kilometer ten noorden van Stockholm, staat een wereldwijd unieke proeffabriek, die op termijn uit resthout vloeibaar ethanol gaat fabriceren. Voorlopig gebeurt dit nog uit zaagsel. Cellulose-ethanol vermindert de uitstoot van CO2 met 80 tot 90 procent. Het scoort dus nog beter dan bio-ethanol, dat niet verder komt dan een reductie van 50 procent.
  • Bio-FT-diesel
    Bio-FT-diesel, ook wel groene diesel genoemd, ontstaat door vergassing van biomassa met behulp van het zogenaamde Fischer Tropsch (FT) procédé (genoemd naar de Duitse onderzoekers Franz Fischer en Hans Tropsch). In Duitsland heeft CHOREN een proeffabriek voor FT-diesel op biomassa opgezet. In 2008 wil CHOREN dat de fabriek klaar is voor commerciële productie.
  • DME
    DME, dimethyl ether, is een organische verbinding die veel waterstof bevat. DME wordt gemaakt uit methanol en is vooral geschikt als dieselbrandstof. Het aanpassen van de dieselmotoren kan relatief eenvoudig gebeuren. Een nadeel van DME is dat het agressief is voor de meeste kunststoffen en rubbers, zodat er andere afdichtingen moeten komen. De energie-inhoud van DME is bijna de helft van die van diesel, en dat betekent of vaker tanken of een grotere brandstoftank aan boord.
  • Biowaterstof
    Waterstof is een energiedrager voor het gebruik in brandstofcellen om warmte en elektriciteit op te wekken. Er zijn verschillende technieken om waterstof uit biomassa te maken, zoals het afscheiden van waterstof uit generatorgas (een mengsel van H2, CO en CH4) door middel van een keramisch membraan. Het generatorgas ontstaat door vergassing van biomassa. Voor gebruik in een brandstofcel moet dan nog reiniging van het waterstof plaatsvinden. Een andere, volgens het Energiecentrum Nederland (ECN) veelbelovende techniek voor grootschalige productie van waterstof betreft de vergassing van biomassa gecombineerd met reforming en CO2-verwijdering. Voor de kleinschaliger productie op de lange termijn zou de zogenaamde superkritische vergassing (bij hoge druk en relatief lage temperatuur) van biomassa (rest)stromen het meest perspectief bieden.
  • Synthesegas (SNG)
    Synthesegas bevat voornamelijk waterstof en koolmonoxide en ontstaat door biomassa met zuurstof te vergassen. Na reiniging valt dit synthesegas op te waarderen tot synthetisch aardgas, ofwel Synthetic Natural Gas (SNG). Auto's die al geschikt zijn om op gas te rijden kunnen ook SNG gebruiken.
  • Biomethanol
    Biomethanol stond vroeger bekend onder de naam houtalcohol. Het is een vloeibare brandstof die onder meer te fabriceren is uit synthesegas (zie hierboven). Dit methanol is ook te maken uit fossiele brandstoffen, vooral uit aardgas. Met name in de Verenigde Staten speelt methanol een belangrijke rol als vervanging van benzine, onder meer door menging van methanol met benzine. Methanol heeft een lagere verbrandingswaarde dan ethanol en het is giftig, maar prijstechnisch is het aantrekkelijk. Reden voor de Amerikaanse overheid om veel onderzoek te laten verrichten naar het verbeteren van het fabricageproces.
  • HTU
    Bij TNO-MEP in Apeldoorn bevindt zich een HTU-proefinstallatie. Met een capaciteit van 100 kilo biomassa per uur is de bescheiden Hydro Thermal Upgrading (HTU) installatie in staat om bij een temperatuur van 300 tot 350 graden Celsius een zwaar organische vloeistof te produceren, die na bewerking onder meer fossiele diesel kan vervangen. Een van de voordelen van het HTU-proces is dat hiermee ook natte biomassa te verwerken is. Het zal waarschijnlijk nog enige jaren duren voordat het procédé voldoende getest en ontwikkeld is om een commerciële biodiesel voort te kunnen brengen.
  • Pyrolyse-olie
    Pyrolyse-olie, ook wel bio-olie genoemd, ontstaat na een speciale bewerking (pyrolyse) van biomassa. Het pyrolyseproces is minder ver ontwikkeld dan de verbrandings- of vergassingstechnologieën, maar er zijn enkele bedrijven die al enkele jaren het proces commercieel toepassen.

7. Waar rijden al voertuigen op biobrandstof?

  • Bio-ethanol
    Wereldwijd de meest gebruikte biobrandstof is bio-ethanol. In Brazilië rijdt iedereen op een blend van benzine met 30 tot 100 procent alcohol. Ook in VS is bio-ethanol populair. De meest voorkomende vorm is dat ethanol in de vorm van ETBE wordt bijgemengd in benzine. In Zweden bevat alle benzine 5 procent bio-ethanol. Daarnaast staan er verspreid over het land zo'n 120 benzinestations waar de automobilist ook E85 kan tanken, benzine met 85 procent ethanol. Autofabrikanten als Ford, Volvo en Saab brengen zogenaamd flexifuel auto's op de markt, die zowel op 100 procent benzine als op E 85 kunnen rijden en alles wat daartussenin zit. Zonder ingreep van de bestuurder past de motorsoftware zich aan de brandstof aan. In Frankrijk vindt tot 5 procent bijmenging van bio-ethanol of ETBE in de benzine plaats. Een recente aanpassing van de wetgeving maakt het mogelijk om ook direct ethanol aan benzine toe te voegen. In Stockholm rijden al geruime tijd omgebouwde dieselbussen op 100 procent ethanol, waarbij de exploitatiekosten van deze bijzondere bussen inmiddels bijna op het niveau van gewone dieselbussen zijn beland.
  • Biodiesel
    In Duitsland reden in het jaar 2000 210.000 auto's op pure biodiesel. Tanken is geen probleem: 1.600 pompstations met biodiesel staan over het land verspreid. Ook betaal je in Duitsland geen accijns op biodiesel. In Frankrijk zijn vooral auto's populair die op een mengsel rijden van biodiesel met fossiele diesel. In Wenen rijden sinds eind 1996 twee vuilniswagens, en takelwagen en een autobus op koolzaad (RME). In Graz (Oostenrijk) wil men in 2005 alle 140 bussen geschikt maken voor het gebruik van biodiesel. In Nederland lopen enkele experimenten met biodiesel. In Friesland gebruikt een recreatiebedrijf voor al haar recreatieboten biodiesel. De provincie heeft zeven dienstvaartuigen laten ombouwen voor biodiesel. In de Verenigde Staten rijden al meer dan 400 wagenparken op biodiesel en er zijn meer dan 1.000 distributeurs. In een groot aantal automerken kan zonder enige aanpassing biodiesel worden gebruikt. Overigens zit vanwege de garantie wel vaak een limiet aan het percentage biodiesel.
  • PPO
    In ons land is Venlo een van de eerste gemeenten die haar veegwagens aanpaste voor het gebruik van PPO. Verder rijden een aantal bevoorradingstrucks van fastfoodketen McDonalds op PPO. In september 2004 kwam in het nieuws dat de Bloemenveiling in Aalsmeer en de gemeente Leeuwarden dit voorbeeld gaan volgen. Ook in Meppel hebben politici het plan geopperd om gemeentewagens op PPO te laten rijden.
  • Biogas
    Een van de steden waar bussen op biogas rijden is Linköping, Zweden. Een proef met zes bussen ging in 1991 van start. De positieve resultaten leidden ertoe dat sinds enige tijd alle 50 openbaar vervoer bussen op biogas rijden. Ook in andere Europese steden zijn bussen te zien die op biogas rijden. In Lille, bijvoorbeeld, een stad die al vanaf de jaren '90 bezig is met de toepassing van biobrandstoffen.

8. Wat is het beleid van de Europese Unie en van Nederland?
Het Europees beleid voor biobrandstoffen is vastgesteld op 8 mei 2003 in de EU-richtlijn 2003/30, zie Wetten en regels. Het gaat in feite om twee richtlijnen: een nieuwe richtlijn ter bevordering van biobrandstoffen en een wijziging van een bestaande richtlijn over accijnstarieven voor biobrandstoffen (2003/96/EG, zie Wetten en regels). Volgens de Richtlijn biobrandstoffen had in 2005 2 procent van de energie-inhoud van fossiele brandstoffen uit biobrandstoffen moeten bestaan, oplopend tot 5,75 procent in 2010. De richtlijn meldt dat de lidstaten ieder jaar moeten aangeven hoe zij de doelstelling op nationaal niveau denken te bereiken. Staatssecretaris Van Geel wil van deze streefcijfers een verplichting maken. Zo moet vanaf 2007 2 procent van de benzine en diesel die de oliemaatschappijen op de Nederlandse markt brengen, bestaan uit biobrandstoffen. In 2010 moet dit 5,75% zijn. Van Geel wil bovendien extra eisen stellen aan de duurzaamheid van biobrandstoffen.
Voor Nederland komt 2 procent overeen met 3 miljoen hectoliter biobrandstof. Een percentage van 5,75 procent in 2010 komt voor Nederland overeen met 9 miljoen hectoliter biobrandstof. Dat betekent een groei van circa 1 miljoen hectoliter biobrandstof per jaar vanaf 2006. In 2004 heeft de ministerraad ingestemd met de Beleidsnota Verkeersemissies (zie Publicaties). In dit stuk staan voorstellen om het verkeer in Nederland schoner, stiller en zuiniger te maken. Mede op basis van deze nota heeft het kabinet-Balkenende besloten dat in 2006 het bijmengen van biobrandstof bij 'gewone' brandstof fiscaal gestimuleerd moet worden. In de beleidsnota staat ook dat de innovatie gericht op tweede-generatiebiobrandstoffen in gang gezet moet worden. Dit is volgens de nota van belang om te voorkomen dat eerste generatie biobrandstoffen een te grote rol blijven spelen.

9. Waar moet je op letten bij het maken van de overstap naar biobrandstoffen?
Allereerst zijn er de kosten van de verschillende soorten biobrandstoffen. Elke brandstof heeft zijn eigen kostenplaatje en kent zijn eigen voor- en nadelen. Voor de meeste biobrandstoffen - vooral in pure toepassing - moet het voertuig worden aangepast. Flexifuel cars bieden een oplossing: de auto herkent zelf de brandstof waarop hij rijdt, waardoor het rijden op een biobrandstof geen probleem vormt.
Naast de kosten is er het milieu. Bij het berekenen van de milieulasten gaat de overheid uit van het principe van Well to Wheel (WTW). Dat betekent dat zij niet alleen de milieubelasting berekent van de brandstof op zich, maar het hele proces bekijkt, van de productie van de brandstof tot en met gebruik ervan. Dit is nodig voor een correcte vergelijking tussen biobrandstoffen en fossiele brandstoffen en tussen de verschillende biobrandstoffen onderling. Daardoor kan het voorkomen dat de overheid andere cijfers hanteert dan de fabrikant zelf. Zo rekent de overheid bijvoorbeeld bij PPO de milieubelasting van het telen van koolzaad mee. Op die manier wordt onder andere rekening gehouden met het feit dat het een stuk land in beslag neemt, dat er bij de bewerking kunstmest wordt gebruikt, dat voor zaaien en oogsten een machine wordt ingezet die brandstof verbruikt etc.
En dan zijn er nog de emissies. Met uitzondering van de CO2-uitstoot zijn er wettelijke beperkingen opgesteld voor de emissies van milieubelastende stoffen, de zogenoemde Euro-emissienormen. Het gebruik van biobrandstoffen in voertuigen is nog niet uitgebreid getoetst (met de voorgeschreven emissietests) aan deze Euro-emissienormen voor HC (koolwaterstof), CO, NOx en fijne deeltjes (waaronder roet). Voertuigen die door de autofabrikanten geschikt zijn gemaakt voor het rijden op biobrandstoffen moeten in ieder geval aan deze emissienormen voldoen. Het gaat hier dus om nieuwe voertuigen. Bij voertuigen die later worden aangepast om op biobrandstof te kunnen rijden zijn meestal niet de voorgeschreven emissietesten gedaan. Het is dus bij die omgebouwde voertuigen niet zeker of de emissies binnen de perken blijven. Het is van belang om hierover informatie in te winnen.

10. Hoe stimuleert het kabinet het gebruik van biobrandstoffen?
Omdat biobrandstoffen duurder zijn dan gewone brandstoffen, is het belangrijk dat de meerkosten op een of andere manier worden gecompenseerd. Dit kan bijvoorbeeld door de accijns op biobrandstoffen te verlagen. Het ligt daarbij het meest voor de hand om biobrandstoffen te mengen met benzine, diesel enz. Auto's hoeven dan namelijk niet te worden aangepast. Het kabinet heeft besloten in 2006 het bijmengen van 2 procent biobrandstoffen bij fossiele brandstoffen fiscaal te stimuleren. Dat moet gebeuren via een accijnsverlaging. Door een lagere accijns kan de prijs aan de pomp hetzelfde blijven. Voor de jaren na 2006 wordt de inzet van biobrandstoffen verplicht gesteld.

11. Ik wil mijn auto op zonnebloemolie laten rijden. Is dat verstandig?
Voor het milieu zou het goed zijn, want biobrandstoffen zorgen voor minder CO2-uitstoot. Om op pure olie (zoals zonnebloemolie) te kunnen rijden, moeten voertuigen echter wel worden omgebouwd. Rijden op zonnebloemolie zonder ombouw kan schadelijk zijn voor de auto en is daarom af te raden. Bovendien, zodra u zonnebloemolie als brandstof gebruikt, moet u er accijns over betalen. Dat is zo bepaald in de Wet op de accijns. Gooit u toch zonnebloemolie in uw tank, dan bent u feitelijk in overtreding. U kunt daarvoor een boete en een naheffing krijgen van de douane.

12. Haalt Nederland de doelstellingen van de richtlijn Biobrandstoffen?
Volgens deze Europese richtlijn (zie Wetten en regels) had in 2005 2 procent van de energie-inhoud van fossiele brandstoffen uit biobrandstoffen moeten bestaan, oplopend tot 5,75 procent in 2010. De introductie van biobrandstoffen is een stap in de goede richting. Het gaat echter om veel geld: biobrandstoffen zijn twee tot drie keer zo duur als gewone brandstoffen. Het is daarom van groot belang om dit gedegen en niet overhaast aan te pakken. In overeenstemming met de Europese richtlijn heeft het kabinet besloten in 2006 het bijmengen van 2 procent biobrandstoffen bij fossiele brandstoffen fiscaal te stimuleren door de accijns te verlagen. Over het streefcijfer voor voor 2010 (5,75 procent) is nog niets te zeggen. Wel wil staatssecretaris Van Geel het percentage van 5,75 voor 2010 verplicht stellen.

16:39 Écrit par Vincent dans Général | Lien permanent | Commentaires (0) | Tags : biobrandstoffen, vragen, antwoord |  Facebook |